Ten geleide bij de

eerste Nederlandse uitgave

 

 

H

et werk Willem van Oranje, Parzival en de Graal van de Zwitserse graalvorser Werner Greub, waarvan U deel I "Willehalm-Kyot" nu op uw scherm ziet, werd voor het eerst in 1988 door schrijver dezes aan het Nederlandse publiek voorgesteld. Dit gebeurde in de vorm van drie artikelen in het tijdschrift Graalschrift Nr 8/Winter 1988, te weten een inleiding in het graalonderzoek van Werner Greub onder de titel "Het grote wonder van Parzival en de ster van Munsalvaesche", vervolgens de samenvatting "Wolfram von Eschenbach als historicus" die Greub zelf aan het eind van zijn boek maakt, en als laatste een niet eerder in Nederland verschenen vertaling van de proloog tot de Willehalm, die in een herziene versie ook aan het begin van dit boek te lezen is.

          Daarna werden er regelmatig vanuit het Willehalm Instituut voor anthroposofie als graalonderzoek, koninklijke kunst en sociale organica, dat in 1985 in Arlesheim, Zwitserland opgericht werd en in 1986 naar Amsterdam verhuisde, activiteiten ontplooid die naar dit graalonderzoek van Werner Greub verwezen, met name naar aspecten van dit onderzoek die betrekking hebben op leven en werk van onze Willehalm, de 9de eeuwse stichter van het Oranjehuis. Zo werd er in 1989 in de ridderzaal van het Muiderslot te Muiden  een diapresentatie gehouden onder de titel Het Parzival-mysterie – Wolfram von Eschenbach, Oranje en de Graal, werd er in 1991 het tweede, niet eerder verschenen Duitstalige deel van Werner Greubs graaltrilogie onder de titel Willehalm-Kyot / Der Gewährsmann Wolframs von Eschenbach (Willehalm-Kyot / De zegsman van Wolfram von Eschenbach) in Amsterdam uitgegeven met een uitgebreide documentatie over de ontstaansgeschiedenis van deze publicatie, en vond er op 28 mei, de sterfdag van "Sint Willehalm", in 1994 een dialezing plaats met de titel Reis naar Oranje – In de voetsporen van Wolfram von Eschenbach, Willehalm en Parzival in de Vrije Hogeschool te Driebergen. Een overzicht over deze publicaties en verdere werkzaamheden van het Willehalm Instituut, is na te lezen in de fondslijst op deze site.

          Het volledige graalonderzoek van Werner Greub bestaat dus uit een drieluik, waarvan echter alleen het eerste deel werd uitgegeven als onderzoeksresultaat door het Goetheanum, Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap, het centrum van de Algemene Anthroposofische Vereniging in Dornach, Zwitserland in 1974. De toenmalige voorzitter van deze Vereniging Rudolf Grosse schreef hiervoor het hierop volgende Ten geleide, waarin hij opriep tot een diepgaande wetenschappelijke discussie over Werner Greubs onderzoeksverslag. Hoewel de publicatie van de twee volgende delen van Greubs Graaltrilogie reeds in het eerste deel werd aangekondigd, zijn deze echt nooit door het Goetheanum als zodanig uitgebracht – een breed aangelegd wetenschappelijk debat werd daardoor in de kiem gesmoord.  Dit was hoogst waarschijnlijk vooral te wijten aan een negatieve, zelfs vernietigende bespreking van het eerste boek door de (inmiddels overleden) Duitse anthroposofische historicus en schrijver Christoph Lindenberg. Op de dramatische achtergrond van deze gang van zaken zal iets nader ingegaan worden bij de uitgave van het twee deel van de Nederlandse vertaling onder de titel Parzival, dat hopelijk in 2004 (update: wordt 2005) zal verschijnen. Lezers die zich nu al in deze materie en verwante zaken willen verdiepen, verwijs ik naar mijn uitgebreide inleidingen op de complete Engelse vertaling van Werner Greubs boek HOW THE GRAIL SITES WERE FOUNDWOLFRAM VON ESCHENBACH AND THE REALITY OF THE GRAIL, dat verkrijgbaar is via het Instituut en de boekhandel. In de appendices van deze Engelse vertaling zijn ook delen over Wolframs Graalsymbool "lapsit excillis" uit het derde boek van Werner Greubs Graaltrilogie  FROM GRAIL CHRISTIANITY TO RUDOLF STEINERS ANTHROPOSOPHY te lezen alsmede de tekst  The Arlesheim Hermitage as Grail Landscape van een door het plaatselijke museum Trotte van de gemeente Arlesheim bij Bazel, Zwitserland in 1985 georganiseerde tentoonstelling, waarbij schrijver dezes als publicist en gids met Werner Greub samengewerkt heeft. In dit aanhangsel is ook een systematische weerlegging van de bovengenoemde vernietigende bespreking van Lindenberg te vinden alsmede een biografische schets van Werner Greub, die op 30 november 1909 in Lotzwil bij Langenthal, Oberaargau in het Zwitserse Kanton Bern geboren werd en op 12 mei 1997 in Heidelberg, Duitsland overleden is. Verdere achtergrondmateriaal valt te lezen in het orgaan Schouwplaats van het Willehalm Instituut, het tot dusver enige nummer van een tijdschrift dat in 1991 het licht zag, met name in het hoofdartikel "Van Eremos in Arlesheim tot Willehalm in Amsterdam".

 

Het moge inmiddels duidelijk geworden zijn dat de opzienbarende stelling dat de als heilige vereerde  Willem van Oranje de bron van het verhaal van Parzival is, niet voor het eerst hier te lande wordt geponeerd. Toch is deze stelling, die sinds 1988 herhaaldelijk op verschillende manieren en plaatsen naar voren is gebracht nauwelijks tot het grote publiek doorgedrongen en velen die dit voor het eerst lezen of horen zullen zich dus verbluft afvragen wat in hemelsnaam Willem van Oranje met Parzival te maken heeft en of de aanvoerder van deze wonderbaarlijke stelling wel bij zinnen is. Verder men kan zich afvragen of het wel juist is om deze in Nederland als Willem van Oringen bekende Frankische Guillaume d'Orange onder de naam Willem van Oranje ten tonele te voeren en of daardoor niet de aandacht van onze "echte" Willem van Oranje, Willem de Zwijger wordt afgeleid. 

          Welnu, dat ook de stichter van het Oranjehuis reeds veel eerder hier te lande Willem van Oranje werd genoemd, bewijst het boek De Legende van Willem van Oranje, uitgegeven door Servire in De Haag (zonder datum, maar zo te zien meer dan 50 jaar oud). Dit boek wordt gepresenteerd als een "nieuwe vertaling" van de hand van Paul Tuffrau en is een bewerking van de middeleeuwse zogenoemde Franse chansons de geste oftewel heldenzangen, die Werner Greub in de hier volgende bladzijden nog vaker ter sprake zal brengen. De verhalen in deze Legende zijn ontleend aan de volgende chansons de geste: De Kroning van Lodewijk, De Verovering van Oranje, De Gelofte van Vivien, Aliscans en Het Willemsklooster. Tuffrau begint zijn inleidend woord (in de oude spelling) als volgt:

 

Ziet hier een legende die het oude Frankrijk der XIIe eeuw hartstochtelijk heeft lief gehad en ten overvloede bezongen heeft.

De glorie van een reeks van heldendaden, even vermaard als die waarvan de heldenzangen uit den tijd van Karel de Grote gewagen, straalde van deze zangen uit: want evenzeer als Karel de Grote een groot keizer was, zoo was Willem van Oranje een groot baron. Niet alleen de feudale deugden en de toekomst van een natie waren in zijn persoonlijkheid vereenigd; zelfs is de toekomst van heel de Christenheid op het spel geweest bij de ramp van Aliscans, die van veel meer zinnebeeldige betekenis was dan de nederlaag van Roncevaux.

Deze uit Frankrijk afkomstige gedichten vonden in den vreemde een geestdriftig onthaal: in Italië gaven zij aanleiding tot de samenstelling van de "Nerbonesi", in Duitsland tot die van Wolfram von Eschenbach [de "Willehalm"]; in IJsland droegen zij bij tot de "Karlamagnus Saga" en in Holland, zoowel als in Spanje, deden zij hun invloed gelden.* Deze vermaardheid bleef voortbestaan tot aan de tijd van Dante, Pulci, Arioste en Rabelais.

 

Tuffrau geeft dan zijn vertaling weer van een toelichting op een schilderstuk van Ch. I. Odevaere, "voorstellende de kroning van Wilhelmus als prins en opperheerscher van Oranje," een doek dat volgens mijn speurtocht van een aantal jaren geleden zich overigens in de kelder van het Musée des Beaux Arts bevindt, alwaar het – in ieder geval voor mij toen – niet te bezichtigen was. Het bijschrift was gedateerd Brussel 1824 en luidde:

 

Charlemagne was de beschermer der kleine staten die uit gedeelten van de voormalige Romeinsche gewesten hun bestaan verkregen hadden, en Hij zelve rigtede er eenige op waar onder het prinsdom waarvan Wilhelmus met den Hoorn het hoofd was. Door de dapperheid van dezen beroemden veldheer kreeg het Prinsdom van Oranje zijn opkomst bijna te gelijker tijd dat Charlemagne, die in de daad reeds keizer van het nieuwe Westelijke keizerrijk was, den titel en den kroon daarvan van den Paus Leo III en van het Romeinsche volk bekwam." Volgens dit bijschrift was Wilhelmus met den Hoorn in 752 geboren en had dus den leeftijd van 41 jaren bereikt bij zijn kroning in 793. Hij trouwde de eerste maal met Prinses Gunebunde, van een onbekend gebleven stamhuis, en daarna met Guitborge of Guibor, dochter van een Moorschen koning, die zich bevond onder de vijanden die in Oranje gevangen genomen worden. Zij liet zich tot het christendom bekeeren en Wilhelmus maakte haar tot zijn vrouw. Hij overleed in 808.

De la Pise, seigneur de Mancoil, historien de la Maison d'Orange schrijft in 1640: "Charlemagne adjuste aux dignités de Guillaume, que sa vertu lui avait auparavant acquises, celle de Prince d'Orange, en 793, date remarquable de la naissaince de la pricipauté."

 

De biografische schets die hier van Willem van Oranje wordt gegeven is grotendeels gebaseerd op deze Franse chansons de geste, die volgens de huidige opvattingen ook nog als bron voor de Willehalm-epos van Wolfram von Eschenbach zou hebben gediend. In dit onderzoeksrapport maakt Werner Greub echter duidelijk waarom dit niet mogelijk is en dat de eigenlijke bron voor de Willehalm alleen de persoon Willehalm zelf kan zijn. Het is hem door de meeste academici in Duitse landen tot nu toe niet in dank afgenomen; hij werd doodgezwegen. Zal hem hetzelfde lot in Nederland beschoren zijn?

          Wat nu het andere bezwaar betreft: Onze "Vader des Vaderlands" verliest zeker zijn historische waarde niet door nu – terwijl Nederland zich meer en meer op Europa in plaats van de overzeese gebieden begint te richten en zich moet gaan bezinnen op haar eigen plaats in het "nieuwe Europa" – ook de vroegere naamgenoot van Wilhelmus de Zwijger voor de geest te halen. Integendeel, we kregen er een andere Willem van Oranje bij in een volstrekt nieuwe en nauwelijks te geloven gedaante. Immers, deze allereerste Willem van Oranje is waarlijk een tot de gehele Europese verbeelding sprekende held, die niet alleen als opperbevelhebber van het Karolingische leger aan de gevoelige zuidgrens van het Rijk destijds Europa bevrijdde van het gevaar door de Moren overrompeld en bezet te worden, maar – als we Werner Greub mogen geloven – als spiritus rector, met de hulp van zijn Arabische vrouw Arabel, de drijvende kracht achter het hele graalgebeuren van de 9de eeuw was. Hij bereidde dit gebeuren op tweevoudige wijze voor: ten eerste zorgde hij door zijn militaire overwinningen ervoor dat Europa vrije christelijke grond bleef, en ten tweede zocht en vond hij het graalgeslacht en bracht hen, met name Parzival, tot bewustzijn, dat er een nieuwe  en doorslaggevende impuls aan de mensheidsontwikkeling stond te gebeuren onder de herhaling van de sterrenconstellatie van Bethlehem: het nieuwe graalkoningschap en daarmee ook een nieuw graalridderschap van het woord. In wezen waren beide Wilhelmussen graalridders. Dit heeft Max Stibbe in zijn voor het eerst in 1935 verschenen werk Zwanenridder en Vliegende Hollander goed gezien en verwoord. In het hoofdstuk "Wilhelmus de Zwijger" schrijft hij (op blz.184):

 

Door zijn verdraagzaamheid stak Oranje ver uit boven zijn tijdgenoten. Hij toonde hierdoor de geestelijke band met zijn naamgenoot, den Paladijn van Karel de Grote. De eerste Willem van Oranje was in staat tot edelmoedigheid tegenover de Arabieren, hoewel hij hun grootste vijand en bestrijder was; in hem leefde het diepste van het christendom: de liefde, die in staat is het kwade te veranderen in iets goeds, die als een stralende zon werkt en de drager ervan maakt tot een middelpunt waartoe ieder zich aangetrokken voelt. Zoo huwde Willem van Oranje met een Arabische vrouw, die door hem tot het christendom overging; zo ontdekte hij de goede vermogens van den keukenjongen Rennewart, zoo schonk hij de gevangen Moorenkoningen de vrijheid. Een innerlijk christendom, dat in die tijd vertegenwoordigd wordt door de Graalridders leeft in Willem van Oranje; hij heeft alle kenmerken van den Graalridder: verdraagzaamheid, strijd tegen het kwaad dat vooral verpersoonlijkt werd door de Arabieren, innerlijke liefde en daardoor begrip voor andere mensen, strijd tegen het kwade, in de zin dat het kwade gezien moet worden als datgene, wat de normale ontwikkeling tegenhoudt, Spanje. Een late Graalridder zou men hem kunnen noemen.

 

In het nawoord van deze publicatie zal een korte vooruitblik worden gegeven op de inhoud van het tweede deel Parzival van deze Nederlandse vertaling aan de hand van o.m. het wapen van de graalridder Wolfram von Eschenbach. Tevens zal er een poging gewaagd worden de actuele betekenis van het nieuwe koningschap af te schilderen dat Parzival in de geschiedenis van de moderne mensheid inluidde, om daarmee de in het persbericht van de boekpresentatie aangekondigde belofte waar te maken, namelijk dat "deze presentatie in het kader staat van het door Parzival ingeluide moderne koningschap en de 'nieuwe koninklijke kunst' waarin een gouden middenweg aangeduid zal worden tussen enerzijds afschaffing en anderzijds instandhouding van het koningschap." Na dit voorwoord werd de beroemde proloog tot de Willehalm weergegeven, waarnaar Werner Greub aan het einde van zijn werk verwijst.

 

Rest mij nog de taak om jegens enkele familieleden, vrienden en vriendinnen mijn hartelijke dank uit te spreken voor hun moeite en hulp in het tot stand komen, dan wel voor het bekend maken van deze boekpresentatie. Dit zijn: Willem Frederik Veltman voor zijn spontane bereidheid om de proloog van de Willehalm in de Oude Kerk voor te dragen; Jan Bloem die met een bevriende germaniste Dr. Ollif Smilda zich over de vertaling van deze proloog heeft gebogen en met een direct vanuit het Middelhoogduits vertaalde versie op de proppen kwam; Judith Israëls voor haar correctiewerk van de rest van deze vertaling, die zonder haar onvermoeibare inzet nauwelijks als een Nederlandse vertaling zou hebben kunnen gelden. Overigens is deze vertaling hier en daar ietwat aan de (actuele) Nederlandse verhoudingen aangepast – zo is bij voorbeeld het hoofdstuk dat oorspronkelijk Willehalm en Arabel heet en waar het om de diepere motieven voor hun verbintenis gaat Het Huwelijk van Willehalm en Arabel geworden, en het hoofdstuk Willehalm als historische persoonlijkheid vertaald met Willehalm als de middeleeuwse Willem van Oranje. Tevens zijn de afbeeldingen, die in het origineel alleen genummerd zijn, van een tekst voorzien. Over het algemeen heb ik mij echter vrij nauwkeurig aan de betekenis van de Duitse tekst gehouden; de verantwoording voor het eindresultaat en het notenapparaat ligt zodoende geheel bij de vertaler.

          Verder ben ik Peter van Heyst erkentelijk voor zijn als altijd hartelijke ondersteuning; ook dank ik mijn broer Johannes, die het op zich nam een aantal kleurenposters en brochures in Amsterdam te verspreiden, Mees Meeussen en Stephan Vollenberg die hetzelfde in Den Haag, c.q. Utrecht en omgeving hebben gedaan, en Slobodan Mitric die bereid was de boekpresentatie op video vast te leggen. Uiteraard geldt mijn dank ook de mensen van de Oude Kerk Stichting en de overige personen en stichtingen, die bij deze boekpresentatie op de ene of andere manier behulpzaam dan wel betrokken zijn geweest, zoals bij voorbeeld de Sleipnir Stichting van het Odin Bedrijf in Geldermalsen, de Beauséant Stichting uit Delft en de Nederlandse Oranjebond in Baarn, die mij aangenaam verrast hebben door de persberichten van het Willehalm Instituut met bijlagen en al op hun website (http://www.oranjebond.nl/) te zetten.

          Tot slot wil ik Dhr. Joseph Morel van de uitgeverij Philosophisch-Anthroposophischer Verlag am Goetheanum in Dornach danken voor het toekennen van de Nederlandse vertaal- en uitgeefrechten van dit boek aan de Uitgeverij Willehalm Instituut. Het is nu aan U, waarde lezer om te beoordelen of deze rechten in goede handen zijn gekomen; voor opbouwende kritiek houd ik me warm aanbevolen.

Robert Jan Kelder,

Amsterdam, 20 januari, 2002

 



* Hier te lande werd deze Willem van Oranje bekend, zoals reeds aangeduid, onder de naam Willem van Oringen. Zie Middelnederlandse Epische Fragmenten door Dr. G. Kalf, Leiden – A.W. Slijthoff, 1881.